Onthaasten.

Ik moest nog dit, en eigenlijk ook nog dat. Wou nog zus en zo. En daarna nog even daar.
Maar nu was ik op weg naar Teunisje die te water werd gelaten. Na een mooie opknapbeurt mocht de dame er als één van de eerste in.
Nou was ik al blij gemaakt met het eerste lieveheersbeestje, daarna werd ik verrast met een vlinder.
Onderweg zag ik een paartje grote eenden met de allereerste jongkies. Maar het aanschouwen van mijn Teunisje die fris en fruitig in het water lag, deed mijn hart pas echt sneller kloppen.
Wat een lekker wijf, dacht ik, en helemaal van mij.
‘Ga nou ff een rondje varen.’ Zei Koos. ‘Even onthaasten jongen.’
Ik moest nog dit en dat en zus en zo. Ik moet helemaal niks.
Sterker nog, Diesel zat al in de boot van, gaan we nou.
Ach wat de hek, dacht ik, het kan ook later wel, al die zogenaamde belangrijke dingen.
Het zonnetje scheen, de lucht was blauw, het water strak, en ik voer met een knal harde plasser over de Vinkenveense plassen.
Op een paar ganzen na, die overigens niet blij met mij waren, had ik de gehele plas voor mezelf.
Zo’n gevoel van de eerste stap in het maagdelijke sneeuw zetten. De eerste lammetjes in de wei.
De naam van je lief in het natte strandzand schrijven.
Een euforisch gevoel die je lange tijd hebt moeten missen.
Even geen wereldse zaken aan me kop, ff geen gezeik.
Maar puur genieten met een hele grote G van geil.
En morgen?  Morgen ga ik weer.