God wat had ik graag……1 April…… gehoord aan het eind van ons telefoon gesprek, maar helaas.
‘Nog hoogstens 2 maanden Jack, meer zit er niet in.’
Als een Trump raast de kanker als een dolle door zijn lichaam, er is geen houden meer aan.
En wat doe je dan met zulks nieuws? Nog 2 maanden, hooguit.
Moeten we nog een keer naar de bioscoop of een concert bijwonen? Dikke biefstuk of vette paling eten en die wegklokken met liters mooie wijn? Gaan we nog een keer naar de Wallen en douw ik hem op een bloed mooie hongerige Nigeriaanse van 25 die hem misschien wel de adem ontneemt.
Niks aftellen, dood geneukt is ook gestorven.
Leuk bedacht van mij, maar hij kan al niet meer. 2 Maanden, wachten op het onvermijdelijke, het lijkt mij vreselijk. Elke dag op de kalender kijken, de laatste kruisjes zetten.
Ik vind het maar niks je vriend zo zien wegkwijnen en kan mij in de verste verte niet eens voorstellen hoe hij zich hieronder voelt. Veel praten, vooral laten praten, alles moet nog een keer gezegd worden. Daar komen soms verhalen los waar zelfs ik het rood op de kaken van krijg. Zo werkt dat aan het eind, als een soort van biecht. Elke dag even langs voor een bakkie en een peuk en hopend dat ik hem op een dag ingedut in zijn stoel aantref. Verlost van de pijn.
Het aftellen is begonnen en ik hoop alleen maar op een zachte dood, daar heeft hij wel recht op.
‘Doe maar 1 pakje sigaretten. Zullen we nog 1 keer een broodje Eveleens?’
Er zullen nog een hoop 1 keren komen, en ik ga ze allemaal beleven met mijn vriend. Nog 1 keer.